Voor zijn Nationale Konst-Gallery, de voorloper van het Rijksmuseum, schafte de Bataafse staatsman Alexander Gogel twee schilderijen aan, die een relatie hadden met Johan de Witt. Een eerste aankoop was het schilderij De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. Later werd nog het beruchte schilderij van Jan de Baen met de verminkte lijken van de gebroeders De Witt op het Groene Zoodje in Den Haag aangeschaft.

 

JAN POSTMA

Het schilderij De bedreigde zwaan was het topstuk van een grote tentoonstelling De wereld van Johan de Witt die de afgelopen tijd in het Dordrechts Museum te zien was. De expositie wilde herdenken dat de staatsman Johan de Witt 400 jaar geleden geboren werd en de bezoekers stimuleren te reflecteren op de vraag hoe beeldende kunst helpt om de historische werkelijkheid te begrijpen.

Twee uitbeeldingen die een plaats hadden gekregen in de tentoonstelling en in het begeleidende boek waren uitstekend geschikt voor deze reflectie. Dat was in de eerste plaats het prachtige schilderij De bedreigde zwaan van kunstwerk van Jan Asselijn (ca. 1650). Het kunstwerk was voor de tentoonstelling in bruikleen afgestaan door het Rijksmuseum in Amsterdam, waar het schilderij doorgaans in de Eregalerij hangt. De tweede uitbeelding liet de twee verminkte lijken van Johan en Cornelis de Witt zien, die in 1672 na een lynchpartij in Den Haag werden opgehangen. Op de tentoonstelling hing een tekening van Willem Paets met dit tafereel, afkomstig uit de collectie van het Dordtse Huis Van Gijn. Veel bekender is het schilderij, toegeschreven aan Jan de Baen, dat zich in het Rijksmuseum bevindt.

De lijken van de gebroeders De Witt, Jan de Baen (1672-1675), Collectie Rijksmuseum, Beeld Wikicommons

Historisch is interessant dat zowel het kunstwerk van Jan Asselijn als het schilderij van Jan de Baen een rol heeft gespeeld bij de inrichting van het eerste openbare museum dat Nederland heeft gekend, de Nationale Konst-Gallery, voorloper van het huidige Rijksmuseum in Amsterdam. Dat museum werd in november 1798 opgericht door Alexander Gogel. Hij was de eerste bewindsman van Financiën van ons land. Omdat hij grote bezwaren had tegen de nogal willekeurige zuiveringen en andere discutabele maatregelen van het radicale bewind van Pieter Vreede, had hij in juni 1798 een succesvolle staatsgreep geleid tegen dit bewind. Er was hem daarna veel aan gelegen om te laten zien dat hij als gematigde hervormingsgezinde bestuurder toch wel degelijk de republikeins-patriotse beginselen in de nieuwe staatsregeling omarmde. Daartoe maakte hij niet alleen veel werk van de financiële hervormingen die voor de eenheidsstaat nodig waren, maar spande hij zich ook in voor culturele natievorming.

NATIEVORMING

De Nationale Konst-Gallery was een belangrijk instrument voor deze natievorming. Zoals de  tentoonstelling in het Dordrechts Museum de bezoekers wilde stimuleren te reflecteren op de vraag hoe beeldende kunst helpt om de historische werkelijkheid te begrijpen, was dit ook voor Gogel een belangrijk motief om een openbaar toegankelijk museum op te richten. Als beheerder van de genationaliseerde bezittingen van de voormalige stadhouder Willem V, die na de Bataafse revolutie in 1795 naar Engeland was gevlucht, liet hij schilderijen overbrengen van de stadhouderlijke paleizen naar het Huis in ’t Bosch bij Den Haag. In 1800 stelde hij het museum open voor het publiek. De toegangsprijs was zes stuivers, ‘zonder distinctie van man of vrouw’.

Gogel vulde de collectie verder aan door tal van kunstwerken te laten aankopen. Hij bemoeide zich tot in details met het actieve aankoopbeleid en besteedde veel tijd aan het museum. Zijn vriend Elias Canneman noemde het museum dan ook Gogels troetelkind. Gogels patriotse opvattingen speelden een grote rol bij de verdere inrichting van het museum. De aankopen waren onder meer sterk gericht op personen die de macht van de opeenvolgende Oranje-stadhouders hadden aangevochten.

HISTORISCHE ZINSPELING

Gogels eerste aankoop, De bedreigde zwaan, was een duidelijk voorbeeld van patriots materiaal, dat de al aanwezige verzameling die de Nederlandse geschiedenis wat eenzijdig uitbeeldde, meer in evenwicht moest brengen. De patriotten hielden het schilderij – overigens ten onrechte – voor een historische zinspeling op de verdediging van de Republiek door Johan de Witt tegen Oranje en Engeland.

Johan de Witt was ooit – zoals ook de Dordtse tentoonstelling liet zien – de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was raadpensionaris van het gewest Holland en West-Friesland, het machtigste gewest van de Republiek. Er was sprake van een grote verdeeldheid in het land met oranjegezinden tegenover staatsgezinden, de tegenstanders van de Oranje-stadhouders. De Witt werd gezien als de drijvende kracht achter het ideaal van de Ware Vrijheid. Dat was de republikeinse staatsvorm zonder een dominante rol van de leden van het Huis van Oranje in de stadhoudersfunctie. Toen de tegenstellingen tussen oranjegezinden en patriotten zich na 1780 toespitsten werd Johan de Witt een icoon van de strijd tegen de stadhouder. Zo ook voor Alexander Gogel die De bedreigde zwaan vooral vanwege de patriotse interpretatie liet aankopen. Kunsthandelaar Cornelis Sebille Roos, die ook als inspecteur (directeur) van de Konst-Gallery fungeerde, rapporteerde aan de bewindsman dat hij het kunstwerk op een veiling ‘tot een spotprys (had) gekogt namentlyk voor 95 gulden, dus met ’t opgeld en tafelgeld 100 gulden!’ Daarnaast werden portretten van staatsgezinde helden als Hugo de Groot, de De Witten en Oldenbarnevelt verworven.

TE LUGUBER VOOR MUSEUM

Ook het dieptepunt van de geschiedenis van Johan de Witt werd in de schilderkunst verbeeld. Jan de Baen vervaardigde een schilderij met de verminkte lijken van de gebroeders De Witt die op 20 augustus 1672 op het Groene Zoodje in Den Haag waren opgehangen na een lynchpartij door een vijandige oranjegezinde menigte. Dat kunstwerk heeft eveneens een band met Gogel en zijn directeur Roos. Het schilderij werd in 1801 door de kunstverzamelaar Abraham van Vloten, de schoonvader van Elias Canneman, aan de Konst-Gallery voor een ruiltransactie aangeboden. Gogel wilde het schilderij graag aanschaffen en tentoonstellen. Het paste goed in zijn patriotse overtuiging. Hij verafschuwde de politieke moord op de gebroeders De Witt en wilde met het tonen van het schilderij de gruwelijke historische gebeurtenis nog eens aan de kaak stellen. Zijn directeur Roos was minder ideologisch bevlogen en vond het schilderij te luguber voor een museum; hij achtte het werk zelfs geen nieuwe lijst waardig. Er ontspon zich een vinnige discussie tussen beide heren. Gogel won uiteraard, en Roos capituleerde met de opmerking: ‘Als UE ’t absoluut plaatsen wilde, ware het best de lyst die er om zit wat te repareeren en er een gordyntje voor te hangen’.

SAMENZWERING EN SPONTANE ACTIE

Het mooie en interessante boek dat ter gelegenheid van de Dordtse tentoonstelling is gepubliceerd, gaat slechts summier in op de gewelddadige dood van de gebroeders De Witt en de precieze achtergronden daarvan. Veel duidelijker en gedetailleerder dan in zijn korte bijdrage aan dit boek was Luc Panhuysen in zijn omvangrijke biografie van Johan en Cornelis de Witt, waarvan in maart 2025 een zestiende herziene druk is verschenen. Panhuysen stelt vast dat de gebeurtenissen op 20 augustus 1672 zeer controversieel zijn in de historiografie. Zo bestaan er van bijna ieder detail verschillende versies. Op basis van zijn eigen feitenrelaas concludeert hij dat er zowel sprake is van een samenzwering als van spontane collectieve bloeddorst. Wat de betrokkenheid van stadhouder Willem III betreft, concludeert de biograaf van de gebroeders De Witt dat deze functionaris van het voornemen van enkele samenzweerders op de hoogte was. Hoewel hij zich op de fatale dag zou onthouden van directe actie, was hij volgens Panhuysen door zijn opstelling toch één van de hoofdschuldigen van de gruwelijkste moord uit de Nederlandse politieke geschiedenis.

Jan Postma (Groningen, 1942) is econoom en historicus. Hij is in 2017 in Leiden gepromoveerd op een politiek-historische biografie van Alexander Gogel.