In het jaar 1787 ging er een schok door heel Europa. In de omgeving van de Goejanverwellesluis in het gewest Holland was de echtgenote van stadhouder Willem V, de Pruisische prinses Wilhelmina, in haar koets aangehouden door een legertje patriotten. Jan Postma schildert oorzaak en gevolg.
JAN POSTMA
Enige tijd geleden was ik in de omgeving van de Goejanverwellesluis, in de nabijheid van Oudewater en Schoonhoven. De eigenaar van het café-restaurant naast de sluis vertelde mij, dat de Goejanverwellesluis erg bekend is, maar dat maar weinig mensen weten waarom precies. Bij de voorbereiding van dit verhaal heb ik een steekproef gehouden onder bekenden met een goede algemene ontwikkeling. En daar kwamen toch heel vaak antwoorden uit in de trant van: ‘Ja, Goejanverwellesluis, zeker wel van gehoord, iets met een adellijke dame.’ En zelfs de vraag: ‘Is Jacoba van Beieren daar niet iets overkomen?’ Ook Floris V, ontvoerd door de edelen en daarna vermoord, werd genoemd.
Het goede antwoord is dat in 1787 Wilhelmina, de vrouw van stadhouder Willem V, niet zo ver van de Goejanverwellesluis werd aangehouden door een legertje patriotten. De historicus Edwin van Meerkerk heeft een dubbelbiografie (2009) van het stadhouderlijke echtpaar geschreven. Hij begint zijn boek met de opmerking, dat alle gebeurtenissen uit de laatste jaren van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zijn gestold in de merkwaardige naam Goejanverwellesluis. De aanhouding van Wilhelmina sloeg destijds in als een bom. Het incident leidde tot grote opschudding in Europa en het had in eigen land, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, belangrijke politieke gevolgen.

INGEWIKKELD STAATSBESTEL
De Republiek had in de achttiende eeuw een ingewikkeld staatsbestel. Ze bestond uit zeven min of meer zelfstandige gewesten, die samenwerkten op het terrein van de buitenlandse politiek en oorlogvoering. Elk van de zeven gewesten had een Statenvergadering, met afgevaardigden van de steden en van de adel. De zeven Statenvergaderingen zonden afgevaardigden naar de Staten-Generaal in Den Haag.
Ieder gewest had ook een stadhouder, die formeel in dienst was van de Statenvergadering. Oorspronkelijk hadden Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel dezelfde stadhouder en hadden Friesland en Groningen een afzonderlijke stadhouder. Stadhouder Willem V had in principe een machtige positie. Hij was stadhouder van alle zeven gewesten, bovendien was het stadhouderschap erfelijk verklaard. Verder was hij opperbevelhebber van vloot en leger, maar ook opperdirecteur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en van de West-Indische Compagnie. Ook had hij grote invloed op de benoeming van regenten in de stedelijke besturen. Zijn positie begon dan ook op die van een monarch te lijken, ook doordat hij door zijn bezit van Nassause erflanden een formeel erkend vorst in het Duitse Rijk was.
Langzamerhand ontstond er in het hele land een tegenstelling tussen de stadhouder en de met hem verbonden regentenaristocratie aan de ene kant en de middenklasse van advocaten, middelgrote zakenlieden, notarissen, winkeliers en ambachtslieden aan de andere kant. Deze middenklasse eiste democratisering en gelijke rechten voor alle burgers. Daaruit ontstond een zogeheten ‘patriottenbeweging’. Aanvankelijk probeerden de patriotten de stadhouder in hun kamp te trekken, maar dat was tevergeefs. Deze zag niets in democratisering en gelijke rechten. De geschiedenis zou een heel ander verloop hebben gehad, als hij wel gehoor had gegeven aan de eisen van de niet-regerende middenklasse. Deze conservatieve houding van de stadhouder leidde ertoe, dat er een groeiende kritiek vanuit de patriottenbeweging op de stadhouder was.

Een belangrijke factor in de politiek van ons land werd de opstand van de Noord-Amerikaanse koloniën tegen hun moederland Engeland. De kolonisten verklaarden zich in 1776 onafhankelijk. Er was in het algemeen veel sympathie in de Republiek voor de Amerikaanse opstandelingen, met name bij de patriotten. De Engelsgezinde stadhouder had geen sympathie voor de Amerikanen. Dat verhevigde de tegenstelling tussen stadhouder en patriotten.
Mede door de steun die vanuit ons land, vooral door Amsterdamse kooplieden, aan de Amerikaanse opstandelingen werd gegeven, brak er een Vierde Engelse Oorlog uit, die duurde van 1780-1784. Het slechte verloop van deze oorlog voor ons land leidde tot nog meer kritiek op de stadhouder, die verantwoordelijk werd geacht voor de slechte staat van de vloot.
AFSTANDELIJK HUWELIJK
In 1751 toen Willem V (geboren Den Haag, 1748 – gestorven Brunswijk, 1806) drie jaar oud was, overleed zijn vader Willem IV en volgde hij deze op als stadhouder. Aanvankelijk fungeerde zijn moeder, de Engelse koningsdochter Anna van Hannover, als regentes. Na haar dood in 1759 nam Lodewijk Ernst, hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel, met de bijnaam ‘Dikke Hertog’, deze functie over. De laatste was in 1750 als militair adviseur door Willem IV ingehuurd, en kreeg een steeds invloedrijker positie aan het stadhouderlijk hof. Hij had bijzonder grote invloed op Willem V, en dat leidde tot veel kritiek.
Willem V was de eerste stadhouder, die vanaf zijn geboorte was voorbestemd als erfelijke stadhouder van alle zeven gewesten. In potentie was hij de machtigste stadhouder in de Nederlandse geschiedenis. Maar dat heeft hij door zijn weinig daadkrachtige karakter niet waargemaakt.
Wilhelmina was als prinses van Pruisen geboren (geboren Berlijn 1751 – gestorven Het Loo, Apeldoorn 1820). De beroemde en machtige Pruisische koning Frederik de Grote was haar oom, deze had zelf geen kinderen en beschouwde zijn nicht als zijn eigen dochter.
Op 4 oktober 1767, net zestien jaar oud, trouwde Wilhelmina in Berlijn met de drie jaar oudere prins Willem V. Het was een huwelijk op het niveau van de Europese vorstenfamilies: de Pruisische vorsten, prinsen van Oranje en vorsten van Nassau. Wilhelmina en Willem V zagen elkaar voor het eerst op de dag voor de huwelijkssluiting. Wilhelmina kreeg vijf kinderen, twee stierven bij de geboorte, een dochter en twee zoons bereikten wel de volwassen leeftijd, onder wie Willem Frederik, de latere koning Willem I (1772-1843). In overeenstemming met de nieuwste opvattingen van haar tijd toonde Wilhelmina zich een betrokken moeder, die haar kinderen om zich heen had en wier opvoeding en onderwijs zij strikt leidde.
Wilhelmina heeft altijd contact met haar familie in Berlijn gehouden, vooral met koning Frederik de Grote. Wilhelmina ontleende groot prestige aan de relatie met haar beroemde en machtige oom, met wie ze druk correspondeerde. Ze adoreerde hem en in de doortastendheid van haar latere politieke optreden leek ze ook veel op hem.
Wilhelmina en Willem hadden geheel verschillende karakters. Willem – die aanvankelijk aan de leiband liep van zijn voogd de hertog Van Brunswijk – was weifelachtig en besluiteloos, hij kon geen prioriteiten stellen, verwaarloosde in de politiek de hoofdzaken en was veel tijd kwijt aan beuzelarijen. Ook hield hij zich bezig met zijn verzamelingen (natuurlijke historie, boeken, schilderijen en penningen). Er was veel kritiek op hem in het land, hij was onderwerp van vele vijandige pamfletten en politieke spotprenten.
Jegens zijn energieke, wilskrachtige vrouw was hij achterdochtig en jaloers. Wilhelmina kon zich aan haar echtgenoot ergeren, maar ze was wel altijd loyaal aan hem en hij ook aan haar; er deden vele verhalen de ronde over zijn ontrouw, maar die zijn vermoedelijk onwaar. Met politiek bemoeide Wilhelmina zich niet in de eerste jaren, al probeerde ze wel Willem los te weken van de invloed van Van Brunswijk.
POLITIEKE CRISIS
In de jaren tachtig stortte de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) de Republiek in een politieke crisis. Het land raakte steeds meer verdeeld in de twee kampen, de patriotten en de prinsgezinden. De patriotten richtten hun kritiek aanvankelijk vooral op de hertog van Brunswijk. Deze moest in 1784 dan ook vertrekken. Vervolgens richtte de kritiek zich in alle hevigheid op de stadhouder. Willem V op zijn beurt klampte zich vast aan zijn traditionele stadhouderlijke rechten en plichten; over veranderingen wilde hij niet praten.
Wilhelmina, die steeds meer betrokken raakte bij de staatszaken, was beter opgewassen tegen de crisis, en werd om haar politieke inzicht en doortastendheid in brede kring gewaardeerd. Van verschillende kanten, ook van de gematigde patriotten, kwam zelfs het voorstel dat zij als regentes de positie van haar man zou overnemen. Daar voelde ze niets voor: zo’n constructie achtte ze desastreus voor het huis van Oranje-Nassau.
Wilhelmina, politiek inmiddels goed ingevoerd, bouwde haar eigen kring van vertrouwelingen op, onder wie Gijsbert Karel van Hogendorp. Ook voerde Wilhelmina uitgebreide politieke correspondenties met onder anderen haar oom Frederik de Grote en met Pruisische ministers.
De macht van de patriotten werd steeds groter, het kwam zelfs zover dat het patriotse gewest Holland de prins steeds meer bevoegdheden ontnam. De stadhouder voelde zich bedreigd, hij verliet de residentie Den Haag en vestigde zich op Het Loo in Apeldoorn. Toen de Staten van Holland hem in september 1786 zelfs als opperbevelhebber van het leger schorsten, vertrok het stadhouderlijk gezin in dezelfde maand september 1786 naar het prinsgezinde Nijmegen. Voor hun veiligheid gingen zij achter de dikke muren van de eeuwenoude burcht Het Valkhof in Nijmegen wonen, in het oranjegezinde Gelderland. De situatie dreigde uit te lopen op een burgeroorlog. Het was Wilhelmina, binnenskamers nu beschouwd als feitelijk leidster der Oranjepartij, die de impasse doorbrak.
VOORBEREIDING VAN DE REIS
Het verhaal van de aanhouding begint op vrijdag 22 juni 1787. Toen bevonden de stadhouder en zijn vrouw zich tijdelijk in Amersfoort. Er werd al langer gepraat over een reis van de stadhouder naar Den Haag om het gezag te herstellen. Dergelijke voorstellen wees de stadhouder steeds af. De stadhouder dacht nogal rechtlijnig en formalistisch. Voor een dergelijke reis was de toestemming van de Staten van Holland nodig, die soeverein waren en waaraan hij uiteindelijk diende te gehoorzamen. En die waren niet van plan een dergelijke toestemming te geven.
Wilhelmina was aanzienlijk driester dan haar man. Van belang was ook dat haar oom Frederik de Grote die een Europees conflict wilde voorkomen, haar altijd van al te bruuske handelingen had weerhouden. Hij overleed in augustus 1786 en werd opgevolgd door de broer van Wilhelmina, Frederik Willem II, die veel onbesuisder was. Daardoor voelde ze zich gesterkt.
Bij de concrete discussie op vrijdag 22 juni 1787 bedacht zij zelf een plan, dat zij naar Den Haag zou gaan. Haar bedoeling was het stadhouderlijk gezag te herstellen, en de anti-Oranjerevolte de kop in te drukken. Ze wilde de orangistische minderheid zover krijgen om namens de gehele Staten de prins te verzoeken naar Holland te komen. Ook wilde ze nog bij de in meerderheid prinsgezinde Staten-Generaal de zaak van Willem bepleiten.
De rechtlijnige, politiek weinig flexibele stadhouder voelde niets voor dat plan, had het tegengesproken, maar Wilhelmina en alle adviseurs waren voor. Hier zijn de bronnen niet eensluidend. Volgens sommigen stelde de stadhouder als voorwaarde, dat de orangisten in Den Haag vooraf akkoord zouden gaan. In elk geval reisde Van Hogendorp, die de Oranjepartij zeer was toegedaan, in het weekend snel heen en terug naar Den Haag waar het plan van Wilhelmina grote instemming kreeg van de orangisten. Nu kon volgens deze bronnen de stadhouder niet meer terug. Wilhelmina kreeg zijn fiat voor haar plan. Volgens andere bronnen bleef de stadhouder tegen en zou hij zelfs niet op de hoogte zijn geweest van het concrete vertrek van de prinses.
Wilhelmina reisde op zondag van Amersfoort naar Nijmegen en in de volgende drie dagen van maandag de 25e tot en met woensdag de 27e juni werd daar alles voorbereid. Wilhelmina wilde de tocht in één dag maken. Verschillende leden van de hofhouding vergezelden haar. Ze ging reizen met twee koetsen en een sjees voorop. Daarvoor waren veertien paarden nodig, twee zes-spannen en een tweespan. Op de route bestelde ze van te voren op drie plaatsen verse paarden. Dat leidde natuurlijk tot allerlei geruchten, hoewel de bestellingen op naam waren van ‘de Duitse barones Von Danckelmann’.
In Huis ten Bosch in Den Haag werden kamers in gereedheid gebracht en werden op grote schaal gerechten ingeslagen voor prinselijke maaltijden. Ook konden de orangisten waarmee Van Hogendorp had gesproken hun mond niet houden. Van Nijmegen tot Den Haag gonsde het dan ook van de geruchten. En ook was er nog het verhaal dat een kamenier van Wilhelmina, dochter van keurige ouders in Leiden, een vriend had in een der patriotse semi-militaire vrijkorpsen in Holland. Zij zou in een brief aan hem over een spoedige ontmoeting hebben geschreven.

OP REIS
Op donderdag 28 juni 1787 vertrokken de prinses en haar gezelschap in alle vroegte uit Nijmegen, ’s ochtends om half zes. De reis door de Gelderse Betuwe ging voorspoedig, na de oversteek van de Waal werden in Tiel de paarden gewisseld. In de buurt van Leerdam passeerde men ongehinderd de Hollandse grens. De reis ging verder naar Nieuwpoort, een kleine vesting aan de zuidoever van de Lek, schuin tegenover Schoonhoven. Daar vond een tweede wisseling van de paarden plaats. Rond drie uur ’s middags stak men met een pont de Lek over naar Schoonhoven. Vervolgens ging de tocht langs het riviertje de Vlist richting Haastrecht.
De grenzen van het patriotse gebied in Holland en Utrecht werden zo goed mogelijk bewaakt door huursoldaten, maar vooral ook door bewapende burgers uit de patriotse vrijkorpsen. Het gehele ‘Hollandse kordon’ stond onder commando van een Commissie van Defensie van de Hollandse Staten. Deze commissie had haar zetel in het kasteel van Woerden.
De stad Gouda had een patriots vrijkorps van ca. honderd man, dat onder leiding stond van de welgestelde patriot Johan de Lange, heer van Wijngaarden. De Commissie van Defensie had De Lange met zijn korps speciaal belast met de bewaking van een zeer strategisch punt aan de Hollandsche IJssel. Het ging om de Goejanverwellesluis in het gehucht Hekendorp. De Goejanverwellesluis is een sluis tussen het kanaal de Dubbele Wiericke en de Hollandsche IJssel. De sluis was van groot strategisch belang bij het eventueel onder water zetten van de Hollandse Waterlinie. Die moest goed verdedigd worden. De Dubbele Wiericke is een kanaal, dat de Oude Rijn en de Hollandse IJssel met elkaar verbindt.
Al eerder had De Lange de boerderij van kaasboer Adriaan Leeuwenhoek, pal naast de Goejanverwellesluis, als hoofdkwartier gekozen. Hij had al langer geruchten gehoord over de komst van de stadhouder of zijn vrouw. In de nacht van woensdag 27 op donderdag 28 juni werd hij om middernacht op de hoogte gesteld dat er voor de volgende dag paarden waren besteld in Nieuwpoort en in Haastrecht. Hij stuurde een bericht naar de Commissie van Defensie in Woerden en vroeg onder meer om bijstand met ruiters. En hij liet in de loop van de dag met vijftien schutters van zijn vrijkorps een hinderlaag vormen, ongeveer halverwege tussen Schoonhoven en Haastrecht langs de Vlist.
ONAANGENAME VERRASSING
Op 28 juni waren de rijtuigen van Wilhelmina ’s middags Schoonhoven gepasseerd. Na een half uur rijden langs de Vlist was er een onaangename verrassing. Vanuit een hinderlaag sprongen drie patriotse soldaten tevoorschijn en zij versperden de weg. Het was half vier ’s middags. Na wat heen en weer gepraat kon het gezelschap onder begeleiding van de vijftien patriotse soldaten stapvoets de weg richting Haastrecht vervolgen. Na een half uur kwam er versterking van een groep ruiters gestuurd door de Commissie van Defensie. In Haastrecht dreigde de orangistische bevolking moeilijkheden te maken, maar de ruiters drongen het volk terug en zij dwongen de koetsen rechtsaf richting de Goejanverwellesluis, langs de zuidelijke dijk van de Hollandsche IJssel. Ter hoogte van Hekendorp werd het gezelschap met een pontveer naar de noordelijke oever overgezet. Daarna werd het overgebracht naar het patriotse hoofdkwartier in de streek, de kaasboerderij naast de sluis. Daar werden Wilhelmina en haar gezelschap een aantal uren vastgehouden.

Reinier Vinkeles. Publiek domein via Wikimedia Commons.
De orangistische propaganda vertelde later, dat de prinses onheus was behandeld en opzettelijke beledigingen had moeten ondergaan, maar daar zijn geen bewijzen van. Er werden verversingen aangeboden door de patriotten, maar de prinses liet eten en drinken komen uit haar eigen koets. Tegen zeven uur kwamen enkele leden van de Commissie van Defensie bij de boerderij aan. Die deelden de prinses mee, dat zij niet konden toestaan dat zij Holland verder in zou reizen zonder toestemming van de Staten van Holland. Haar werd een overnachting in Schoonhoven aangeboden.
Om negen uur vertrok het gezelschap langs de IJsseldijk en de Vlist terug naar Schoonhoven. Daar was door de burgemeester een grote zaal in de stadsdoelen, een representatief gebouw van het stadsbestuur, in gereedheid gebracht. In het holst van de nacht schreef de prinses twee brieven, één aan de Staten van Holland en één aan de Staten-Generaal. Ze waren gematigd van toon, ze had slechts een dreigende burgeroorlog willen voorkomen en ze had willen bijdragen aan een oplossing van de geschillen in het land. De prinses bleef de hele vrijdag 29 juni op antwoord wachten, maar besloot zaterdag 30 juni haar verlies te nemen. Ze vertrok ’s ochtends om vijf uur uit Schoonhoven, terug naar Nijmegen. Tijdens de reis haalde een koerier haar onderweg in Leerdam in met de formele weigering van de Staten van Holland.

PRUISISCH ULTIMATUM
De aanhouding van de prinses wekte in heel Europa grote opschudding. Voor haar aanhouding en gevangenneming eiste Wilhelmina bij de Staten van Holland excuses en bestraffing van de schuldigen. In brieven naar Pruisen benadrukte ze de belediging haar aangedaan. Haar broer Frederik Willem II, intussen sinds een jaar koning van Pruisen, reageerde aanvankelijk wel woedend, maar ging niet tot daden over. Hij trok als dreigement half juli een Pruisisch leger van twintigduizend man samen bij de Nederlandse grens, maar ging verder niet tot actie over.
Intussen begon de Oranjepartij het incident breed uit te meten en er werd een contrarevolutie voorbereid. Lijsten werden opgesteld van huizen van invloedrijke patriotten die door het oranjevolk geplunderd zouden moeten worden als het eenmaal zover was.
Wilhelmina voerde de druk op haar broer op, die uiteindelijk overstag ging. Hij liet Wilhelmina een tekst opstellen voor een Pruisisch ultimatum. Op 9 september werd deze boodschap aan de Staten van Holland overgebracht. De prinses moest binnen vier dagen worden uitgenodigd. De Staten gaven een diplomatiek antwoord. De prinses werd uitgenodigd naar Den Haag te komen, mits dit de orde en rust niet zou verstoren. De Oranjepartij vond door de laatste zinsnede het antwoord onacceptabel.
Op 13 september trokken de Pruisische troepen, beroepssoldaten, de Republiek binnen. De patriotse verdediging bestaande uit vrijwilligers, viel als een kaartenhuis in elkaar. In twee weken was het hele land onder de voet gelopen. De ene na de andere stad gaf zich over. Gorkum dat wel tegenstand bood, werd gedurende vier dagen gebombardeerd. Op 20 september reed de stadhouder onder toejuichingen van een oranjemenigte Den Haag binnen. Hij werd in al zijn oude functies hersteld. Prinses Wilhelmina kwam enkele dagen later. Alleen Amsterdam bleef op het laatst nog tegenstand bieden. Daar verzamelden de patriotten uit de andere steden zich. Maar op 10 oktober moest ook deze stad zich overgeven.
Er brak een orangistische contrarevolutie uit, waarbij alom veel vernield en geplunderd werd. Na de val van Amsterdam vluchtten duizenden patriotten naar de Zuidelijke Nederlanden, Noord-Frankrijk en Amerika, onder wie de bekende patriotten Daendels en Van Beyma, en later ook de schrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken. Wilhelmina liet alle bij haar aanhouding betrokken personen streng straffen. Met hulp van haar protegé, de nieuwe raadpensionaris van Holland Laurens Pieter van de Spiegel, nam zij het heft in handen. Zij regelde bijvoorbeeld op eigen houtje de Acte van Garantie (1788), waarbij Pruisen en Engeland zich gezamenlijk garant stelden voor het stadhouderlijk stelsel.
Na verloop van tijd nam Wilhelmina’s macht echter weer af. Alles liep als vanouds weer via de stadhouder zelf. Met haar harde optreden had Wilhelmina zich toch impopulair gemaakt, zelfs bij veel oranjegezinden. Er circuleerden smaadschriften en beledigende prenten en liedjes over haar, vaak afkomstig van gevluchte patriotten. Drie beschuldigingen kwamen telkens terug. Ten eerste was Wilhelmina een buitenlandse die vreemde troepen het land had binnengebracht. Ten tweede was ze een vrouw die tegen de natuurlijke orde in de macht had overgenomen van haar echtgenoot. Ten derde was ze buiten proportie wraakzuchtig tegenover haar vijanden.
BATAAFSE REVOLUTIE
De stadhouder hield het daarna met steun van Pruisen en Engeland nog ruim zeven jaar vol. Aan het hof werd het oude leven hervat, maar er volgden woelige jaren: in 1789 brak in Frankrijk de revolutie uit, in 1793 stierf het Franse koningspaar onder de guillotine. Op 1 februari 1793 verklaarde de revolutionaire regering van Frankrijk de oorlog aan de stadhouder. In de winter van 1794 vielen de Fransen het land binnen. In januari 1795 werd de Bataafse revolutie uitgeroepen door de patriotten die ondergronds actief waren gebleven, ook in allerlei zogenaamd neutrale literaire genootschappen.
De stadhouder vluchtte op zondag 18 januari 1795 vanaf het Scheveningse strand met zijn gezin naar Engeland. In 1801 nam Willem V ontslag als stadhouder en gaf hij toestemming aan de prinsgezinde regenten om functies te aanvaarden. Daarmee erkende hij de facto de Bataafse Republiek. Hij vestigde zich na enkele jaren op kasteel Oranienstein in het Duitse Nassau. Op 9 april 1806 stierf Willem V bij een bezoek aan zijn dochter Louise in Brunswijk. In 1813 keerde zijn zoon Willem Frederik naar Nederland terug, eerst als soevereine vorst, daarna als koning Willem I. Wilhelmina van Pruisen speelde nog een belangrijke rol bij zijn terugkeer, zij had daar bij haar zoon sterk op aangedrongen, toen de kansen van keizer Napoleon keerden en Willem Frederik zelf sterk bleef aarzelen. Ze zou nog tot 1820 leven, ze bleef haar zoon adviseren, ze stierf op Het Loo.

ONBEZONNEN EN RISKANT
In enkele studies is in de afgelopen tijd opnieuw aandacht besteed aan de politieke rol van Wilhelmina van Pruisen. In een onderhoudende biografie van haar (2022) combineert Maarten-Jan Dongelmans het bekende politieke verhaal met vele wetenswaardigheden over het stadhouderlijke hofleven. Olaf van Nimwegen deed in 2023 in zijn biografie van Willem V een poging tot rehabilitatie van de laatste stadhouder. Hij komt ook tot een zeer ongebruikelijke benadering van de aanhouding van prinses Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis. Door het incident werd het beeld van een heldhaftige echtgenote versus een lafhartige stadhouder erg versterkt. Van Nimwegen relativeert de waarde van haar optreden door te beklemtonen, dat de daad van Wilhelmina uitermate onbezonnen en riskant was. Hij vindt het eigenlijk maar vreemd dat de patriotten haar niet gegijzeld hebben. Dan was de politieke ramp volgens hem niet te overzien geweest. Volgens Van Nimwegen is het meer geluk dan wijsheid geweest, dat ze dit avontuur heeft overleefd. En in zijn poging tot rehabilitatie van Willem V geeft hij deze gelijk, dat hij de drieste daad van zijn vrouw ten sterkste had afgeraden. Een opmerkelijke terechtwijzing achteraf van Wilhelmina door deze historicus.
En ten derde: volgens een boek van Joost Welten, Dansen rond de troon van Willem I, dat over het hofleven in Den Haag en Brussel handelt, had Wilhelmina van Pruisen als moeder van Willem I via haar netwerken opnieuw grote politieke invloed in de periode 1814-1820.
Alles overziende is er echter zeker wel ruimte voor nog een nieuwe biografie die zich op basis van nader bronnenonderzoek in het bijzonder concentreert op de politiek-bestuurlijke rol van Wilhelmina van Pruisen.
Jan Postma is econoom en historicus. In 2017 promoveerde hij in Leiden op de politiek-historische biografie Alexander Gogel (1765-1821), grondlegger van de Nederlandse staat.
LITERATUUR
W.A. Knoops en F.Ch. Meijer, Goejanverwellesluis, de aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda, Amsterdam 1987, 80 pp.
Arie Wilschut, Goejanverwellesluis, de strijd tussen patriotten en prinsgezinden, 1780-1787, Hilversum 2000, 96 pp.
Edwin van Meerkerk, Willem V en Wilhelmina van Pruisen, de laatste stadhouders, Amsterdam/Antwerpen 2009, 240 pp.
Maarten-Jan Dongelmans, Oranjeprinses op drift. Wilhelmina van Pruisen en de Nederlanders, Zutphen 2022, 272 pp.
Olaf van Nimwegen, Willem V, de laatste stadhouder van Nederland, 1748-1806, Amsterdam 2023, 547 pp.
Joost Welten, Dansen rond de troon van Willem I. De hoven van Den Haag en Brussel 1813-1830, Gorredijk 2023, 480 pp.
