Met de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis kwam een tsunami aan maatregelen op gang. Daarbij was het overigens maar de vraag of deze wel allemaal binnen zijn constitutionele bevoegdheden vielen. Zo trachtte de president meermaals de vrijheid van meningsuiting te beknotten. Dat hij zelfs bereid was het eerste amendement – dat welhaast de status van geloofsartikel heeft – te schenden, roept de vraag op hoe de president zich verhoudt tot het verleden en de tradities van the land of the free.
RIES ROOWAAN
Tijdens zijn eerste termijn (2017-2021) werd veel en afkeurend gesproken over Trumps wilde tweets, uitvallen en schandalen. Hij was een nieuweling in de politiek en zei wat anderen hooguit dachten. Menig Republikein vond dat hij het aanzien van het presidentschap beschadigde. Progressieve Amerikanen hoopten op een impeachment, maar beide pogingen faalden. Kennelijk wilden de Republikeinse volksvertegenwoordigers ook weer niet zo ver gaan.
Op de keper beschouwd was het beleid van Trump weinig effectief. Zijn medewerkers zorgden er regelmatig voor dat menig wild idee niet voorbij dat stadium kwam. In de vier jaar tussen de twee termijnen is evenwel een organisatie gesmeed, die de president nu wel in staat stelt om zijn besluiten uit te laten voeren. Inmiddels is op bijna elk terrein een cultuurbreuk zichtbaar. Zo worden illegalen van de straat geplukt en uitgezet naar een willekeurig land. Het begrotingstekort staat op een recordhoogte van circa 7% van het bruto nationaal product. De krijgsmacht valt op volle zee Zuid-Amerikaanse drugssmokkelaars aan, wat neerkomt op een executie zonder vorm van proces of zelfs maar een politieonderzoek. De inval in Venezuela en het brute optreden van ICE in Minneapolis passen uiteraard naadloos in deze reeks.
ISOLATIONALISME
De Verenigde Staten vormen het machtigste rijk ooit. Iets van deze orde heeft nog nooit bestaan. Zowel in termen van hard power als soft power zijn de USA uniek. Militair kan niets en niemand aan het land tippen. Met bases over de hele aardbol en een vloot van immense vliegdekschepen heersen de Amerikanen over de wereld. Tegelijkertijd maakt de belofte van vrijheid, democratie en individuele ontplooiingsmogelijkheden het land tot een bijzonder aanlokkelijke plek. Nog steeds kiest een aanzienlijk deel van de internationale academische elite voor een overstap naar een universiteit in de VS. Ambitieuze ondernemers uit de hele wereld vestigen zich in Silicon Valley. Zo worden elders opgeleide talenten deel van de Amerikaanse verdienmachine. En iedereen die niet naar de USA vertrekt, kijkt thuis naar een film uit Hollywood.
We leven nog steeds in de Amerikaanse eeuw, het tijdperk dat begon onder Franklin Roosevelt. In 1933 erfde de man die tot aan zijn dood in 1945 zou regeren, een land in economisch zwaar weer. Met onverholen overheidsingrijpen zette hij de natie in beweging; tegelijkertijd bekommerde hij zich om de rechten van werknemers. Zijn pakket van maatregelen – aangeduid als New Deal – ontketende de sluimerende reus. De nieuwbakken president legde de basis voor Amerika’s mondiale macht en florerende middenklassenmaatschappij. In Europa werd met afgunst gekeken naar het land waar fabrieksarbeiders zich een vrijstaand huis en een auto konden permitteren, terwijl ze hier waren aangewezen op een huurflatje en de fiets. Om een indruk te geven van de trans-Atlantische welvaartskloof: in 1945 was het bruto nationaal product van de VS even groot als van alle andere landen tezamen.
Niet alleen ging Roosevelt in tegen de Amerikaanse traditie van een kleine overheid, ook beëindigde hij het isolement van het land. Hij stelde de VS open voor met name Joodse wetenschappers die Europa wilden ontvluchten en steunde het Verenigd Koninkrijk toen het alleen tegenover Nazi-Duitsland stond. Eind 1941 was het na de aanval op Pearl Harbor definitief gedaan met het isolationisme. Aansluitend legden de Amerikanen hun economische systeem op aan de rest van de wereld, met uitzondering uiteraard van de communistische staten. Het zou de USA geen windeieren leggen, om het voorzichtig te formuleren.
In de jaren zeventig begon overal de economie te stotteren. De Amerikaanse volkshuishouding vormde geen uitzondering. Uiteindelijk zou Ronald Reagan (1981-1989) het neoliberalisme introduceren. Het geloof in vrijhandel bleef, maar het overheidsingrijpen werd teruggedraaid, evenals de bescherming van de werknemers. Alleen op die manier, meende de veertigste president, zouden de welvaart en vooraanstaande positie van het land behouden blijven. Zelfs het verwijt dat hij de erfenis van Roosevelt verkwanselde, kon Reagan niet vermurwen. Hij beweerde dat als de oorlogspresident in de jaren tachtig had geleefd, hij Republikein zou zijn geweest. Enig gevoel voor humor kon de voormalige acteur niet ontzegd worden.
NIEUWE WERELD
Ten tijde van de Koude Oorlog kende de wereld twee kampen; na de val van de Muur waren de Verenigde Staten de enig overgebleven supermacht. Aan het begin van het derde millennium begon deze zelfs voor de American century ongekende machtspositie af te brokkelen. Het land werd niet zozeer armer, maar het enorme verschil met andere naties nam wel gestaag af: China kwam op, de Europese Unie ontwikkelde zich definitief tot economische grootmacht en ook Rusland meldde zich weer op het internationale toneel.
De huidige president staat aan het eind van deze ontwikkelingen. Inmiddels moet Amerika zich staande zien te houden in een multipolaire wereld met meerdere concurrenten, terwijl het land nog wel geacht wordt ook de vrijheid en democratie elders te verdedigen. Trump weigert dit, evenals trouwens zijn vicepresident. De financiële eisen aan de Navo-partners (eerst 2%, vervolgens 3,5% en sinds deze zomer zelfs 5% van het BNP) vormen de politieke uitwerking van dat ongenoegen. Ook zijn voorgangers ergerden zich bij tijd en wijle aan de Europese freeriders, maar Trump ging een reuzestap verder. Hij bekeek de verdeling van de lasten vanuit zakelijk perspectief. Wie niet voldoende bijdraagt aan de eigen defensie, hoeft niet op ons te rekenen, verkondigde hij, een opmerking waarmee hij de Navo op zijn grondvesten deed schudden.
Trump schoffeert de bondgenoten en dreigt regelmatig met bizar hoge importheffingen. De president heeft geen boodschap aan de aloude wijsheid dat het jaren kost om een vertrouwensrelatie op te bouwen, kapotmaken evenwel slechts enkele dagen vereist. Op een zeker moment gedroeg hij zich zelfs als de leider van een autocratische grootmacht, toen hij suggereerde Groenland desnoods met geweld (nota bene tegen Denemarken, eveneens lid van de NAVO) in te zullen lijven.
NIEUW LAND
Ook op binnenlands vlak is Trump de vrucht van een lange ontwikkeling. Reagans opvolgers – waaronder de Democraten Bill Clinton en Barack Obama – hebben diens erfenis niet teruggedraaid. De genereuze wettelijke bescherming van werknemers is definitief verleden tijd. Voor veel Amerikanen is de American dream dan ook morsdood. Vrijheid en ruim baan voor ondernemingen staan onverminderd hoog in het vaandel, terwijl de progressieven zich naast de rechten van raciale en seksuele minderheden vooral druk maken om de belangen van hogeropgeleiden.
Met de overname van de neoliberale principes door de Democratische partij is er sociaaleconomisch nauwelijks verschil meer tussen beide kampen. Aangezien het voor de portemonnee weinig uitmaakt en de immateriële affiniteit vaak eerder bij de Republikeinen ligt, dreef een aanzienlijk deel van het Democratische electoraat – ’the basket of deplorables’, zoals Hillary Clinton het weinig elegant omschreef – naar de overkant. Vooral in de armere flyover states deden de Republikeinen, van oudsher de partij van big business, goede zaken. De rust belt met zijn postindustriële woestenij was veranderd in een rancuneus reservaat waar Trump de stemmen slechts hoefde op te rapen.
ENIGMA
Door de sociale media is de politiek definitief veranderd. In ieder geval op dit moment bevoordelen deze eerder partijen op de uiterste vleugels. De negativiteit waarvan de socials dikwijls doordesemd is, lijkt slecht te passen bij de redelijkheid van het midden. Of dit blijvend is of op den duur zal omslaan, staat uiteraard in de sterren. De huidige president is in ieder geval een verwoed gebruiker. Ook in andere opzichten is hij een volstrekt nieuw fenomeen. In de aanloop naar zijn eerste termijn had Trump niet eens de steun van het Republikeinse establishment. Zijn kandidatuur kwam neer op een vijandelijke overname. Uiteindelijk heeft de partij zich naar hem gevoegd. Dat was afgezien van een rampzalige breuk de enige optie. Nog steeds verkiest Trump regelmatig een koers die haaks staat op de tradities van de Grand Old Party. Hij gelooft niet in vrijhandel en is evenmin vies van big government, alhoewel daarbij vooral zakelijke belangen en niet zozeer die van de werkende klasse in het vizier worden genomen.
Vooralsnog lijken de tijden niet in het voordeel van de uitdagers. Sinds het presidentschap van Barack Obama hebben de Democraten weinig successen gekend. De verkiezingswinst van Joe Biden in 2020 was vooral te wijten aan de verwarring ten gevolge van corona. Tijdens de campagne van 2024 ging hij roemloos ten onder. Hillary Clinton was hem al in 2016 voorgegaan en Kamala Harris zou het niet beter doen. Wie in 2028 de handschoen gaat opnemen? Er circuleren op dit moment enkele namen, maar geen van hen lijkt werkelijk te overtuigen. Sterker nog, de Democraten hebben zelfs geen programmatisch antwoord op de (relatieve) neergang waarin het land zich bevindt.
Amerika lijdt aan imperial overstretch en zal uiteindelijk moeten downsizen, door Trump vertaald als ‘America first’. Goedbeschouwd kan het land zich zijn wereldwijde dominantie niet meer permitteren. De huidige president heeft dat – bewust of onbewust – tot integraal onderdeel van zijn politiek gemaakt. Daarbij berokkent hij met zijn abrupte, soms onnavolgbare koerswijzigingen niet zelden het eigen land schade. Zo stimuleert Donald Trump eerder de gestage afkalving van de Amerikaanse macht dan het verval een halt toe te roepen en bespoedigt zelfs het proces waaraan hij zijn opkomst te danken heeft.
ILLUSTRATIE. GABRIEL KOUSBROEK
