Inmiddels is een nieuwe regering binnen handbereik. De fracties hebben ingestemd met het resultaat van de onderhandelingen tussen D66, VVD en CDA. Met enige trots verkondigden de drie partijen dat het akkoord uitgesproken snel tot stand is gekomen. Daarin hebben zij niet helemaal ongelijk, maar evengoed zal het hele proces uiteindelijk ongeveer vier maanden in beslag nemen, wat in verhouding tot de gemiddelde levensduur van een regering nog steeds aanzienlijk is.
RIES ROOWAAN
Op woensdag 29 oktober was het weer zover. Na een eindeloos lange aanloop en een laatste maand vol peilingen, verkiezingsnieuws en lijsttrekkersdebatten gingen in alle vroegte de stemlokalen open. In de avond volgden de exitpolls en eerste uitslagen, D66 en het CDA vierden uitbundig feest, bij de VVD haalde men opgelucht adem, terwijl Frans Timmermans in een sombere speech zijn aftreden bekendmaakte. De volgende ochtend werd bij de zegevierende partijen traditiegetrouw taart geserveerd. Daarna was het tijd voor de formatie: voorwaar geen eenvoudige opgave met vijftien partijen in het kersverse parlement.
Het waren de derde verkiezingen in iets meer dan vier jaar tijd. In maart 2021 mocht de bevolking haar politieke voorkeur kenbaar maken, waarna Rutte-IV van start ging, overigens bijna tien maanden later. Al in een vroeg stadium waren de onderhandelingen in een impasse geraakt. Toen D66-politica Kajsa Ollengren met enkele vergaderstukken over straat liep, vereeuwigde een oplettende persfotograaf de bullet points. Het item ‘positie Omtzigt, functie elders’ zorgde voor een forse rel, met een recordformatie als resultaat. Desondanks hield Rutte-IV niet lang stand. Precies een jaar na de val was er weer een nieuwe regering. Ook deze formatie had meerdere gênante momenten. Bijzonder was dat de lijsttrekkers in het parlement bleven. De coalitiepartners weigerden PVV-leider Geert Wilders als minister-president te accepteren, alhoewel hij daar als aanvoerder van de grootste partij wel aanspraak op kon maken.
TWEEDE HELFT
Na de politieke achtbaan van de afgelopen jaren was het geen wonder dat de verkiezingscampagne draaide om begrippen als ‘rust’ en ‘stabiliteit’. Bezien vanuit dat perspectief was de uitslag een anticlimax. Elke denkbare meerderheidsregering vereiste minimaal vier partijen. Dat is sowieso al ingewikkeld en bovendien waren er nogal wat blokkades. Niet alleen werd de PVV door vrijwel elke partij uitgesloten, evenzo riep de voorstelling van een kabinet met GroenLinks-PvdA bij de VVD vooral weerzin op. Ook was er onmiskenbaar sprake van een aanzienlijke ideologische kloof tussen D66 en JA21.
Uiteindelijk zouden zowel GroenLinks-PvdA als JA21 buiten de formatiebesprekingen worden gehouden. Laatstgenoemde partij mocht zich een van de winnaars wanen, maar was niet bij machte om de zege te verzilveren. Ongebruikelijk is dat niet. Al te vaak wordt vergeten dat op de ochtend na de verkiezingen de tweede helft begint, waarin de verliezers alsnog kunnen winnen (en omgekeerd). Zo leidde in 1977 een legendarische overwinning van de sociaaldemocraten onder Joop den Uyl niet tot een solide linkse regering, maar zou juist een behoudend kabinet van CDA en VVD tot stand komen. Monsterzeges als die van de PvdA zijn in de 21ste eeuw onwaarschijnlijk geworden, het scenario waarin de winnaars tijdens de formatie alsnog verliezen is zoals ook ditmaal weer bleek nog steeds een reële mogelijkheid.
VERSPLINTERING
Eenvoudiger is het politieke spel in ieder geval niet geworden. Daar is een aantal redenen voor aan te wijzen. Sinds de eeuwwisseling is het partijenlandschap sterk gefragmenteerd: er komen steeds meer fracties in de Kamer. Bovendien zijn de verkiezingsuitslagen uitgesproken volatiel. Zelfs gevestigde partijen als de PvdA en het CDA hebben te maken met sterk schommelende zetelaantallen. Een nieuwe beweging kan bij de eerste verkiezingsdeelname direct al een factor van belang worden. Te denken valt aan de LPF van Pim Fortuyn of de NSC van Pieter Omtzigt. Tijdens de formatie kan dit een soepele voortgang in de weg staan. De nieuwbakken parlementariërs moeten het vak nog leren. Bovendien hebben zij niet zelden het gevoel dat er geleverd moet worden. Zij hebben de gevestigde macht op de korrel genomen en nu is het aan hen.
Ook op inhoudelijk vlak zien politici zich geconfronteerd met complexere problemen dan hun illustere voorgangers. Door het primaat van de economie zijn de smalle marges van de politiek sinds de dagen van Joop den Uyl nog smaller geworden. De landelijke bestuurders hebben steeds minder te bepalen. Naast internationale verdragen, die per definitie boven nationale wetten gaan, beperkt de regelgeving van de EU de bewegingsvrijheid aanzienlijk. Op dat krappe speelveld houden de diverse deelbelangen elkaar onder schot en blokkeren al doende het land. Zo proberen zowel de boeren als de bouwers, om slechts twee grote spelers te noemen, de hand te leggen op het laatste restje stikstof dat het mondiale regelwerk ons nog laat. De conflicten laten zich al bij voorbaat uittekenen.
DEENS MODEL
Tegen de achtergrond van de geringe politieke manoeuvreerruimte in combinatie met de aanzienlijke problemen waarmee het land geconfronteerd wordt, lag het voor de hand dat de onderhandelingen moeizaam zouden worden. Ondanks de verzekering van de betrokken partijen vaart te willen maken nam ook deze formatie weer maanden in beslag. Het resulteerde in een minderheidskabinet, dat per onderwerp op samenwerking met een of meerdere andere partijen hoopt. Daarmee gaan de politieke onderhandelingen ook na de eigenlijke formatie gewoon door, zij het dan met de oppositiepartijen. In de Eerste Kamer is de uitgangssituatie overigens nog minder rooskleurig. Daar beschikt de gloednieuwe coalitie niet eens over een derde van de zetels.
Met deze constructie betreedt Nederland onbekend terrein. In de ogen van velen lijkt het land af te stevenen op onbestuurbaarheid. De komende tijd zal uitwijzen of het de juiste keuze was. Voor het moment zal de burger het moeten doen met de weinig overtuigende geruststelling dat Denemarken al jaren op deze wijze functioneert. Ook op een ander vlak was het formatieproces nogal onbevredigend: de afschaffing van de monarchie had weer niet op de agenda gestaan.
