Logo: Gabriel Kousbroek

Na twintig jaar in gedrukte vorm te hebben  verschenen gaat De Republikein in 2026 online verder als wekelijks webmagazine De Republikein.nl. Redactrice Daphne Meijer neemt afscheid van het papier en doet een oproep zich aan te sluiten bij het nieuwe journalistencollectief De Republiek, dat het nieuwe webmagazine verzorgt.

DAPHNE MEIJER

Alles gaat voorbij. Ik moest daar laatst weer aan denken toen ik ergens las dat de Staatskrant is opgeheven. De Staatskrant, niet te verwarren met de Staatscourant, was het medium voor de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Het schreef over nieuwtjes uit de buurt en alle slechte mensen van binnen en vooral buiten de buurtgrenzen die te veel ontwikkeling wilden doordrukken, of juist tegenhouden. Elke hoofdstedelijke PvdA-bestuurder van enige statuur is in de kolommen door het slijk gehaald. Politici van een andere ideologische kleur zouden dat lot ook hebben ondergaan, maar de afgelopen decennia had Amsterdam er daar niet zo veel van.

Hiernaast stond de Staatskrant vol reportages over nieuwe winkels en verdwijnende horeca, aardige artikelen over het verleden en ook wel wat reclame. Kortom, een sufferdje, maar wel een waar de Hemelse zegen op rustte, want lezers tot ver buiten ‘De Staats’ keken ernaar uit. En dat kwam door Mohamed El-Fers, betreurd vriend van menig medewerker van De Republikein. In welk ander lokaal medium werd op de achterpagina zoveel geschreven over het olieworstelen in het dichtstbijzijnde park – tot op heden nog steeds geen volkssport – als in de Staatskrant? In welk ander lokaal blad was er zoveel aandacht voor de spiritualiteit van Amsterdammers, en de vreemde strapatsen van hun bestuurders? En voor oud-buurtbewoner Marvin Gaye en eveneens oud-buurtgenoot Johnny Jordaan, hoewel diens connectie discutabel is, want woonde hij eigenlijk niet in de aanpalende Frederik Hendrikbuurt? Johnnie ligt wel in de Staatsliedenbuurt begraven, net als de Jiddische volkszanger Leo Fuld. Waar elders werd verslag gedaan van Poeriemvieringen in de plaatselijke coffeeshop, vieringen die door de verslaggever zelf werden georganiseerd overigens. De Staatskrant was een weekblad dat in de hoogtijdagen van de mat werd gegrist.

KONING VAN DE MYSTIFICATIE

Dit kwam door de talenten van Mohamed El-Fers. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo totaal niet onder de indruk was van status en bezit. En van ‘de belangrijke kwesties’ en hoe het heurt. En ik heb evenmin ooit iemand ontmoet met zo’n ontwapenende schaterlach. Waar hij kwam, brak op enig moment altijd de zon door. Hij was ook de allergrootste koning en keizer van de mystificatie.

In het plaveisel van het Van Limburg Stirumplein – een van die staatslieden – ligt een herdenkingssteen. Hier is de Onze Lieve Vrouwe ter Staats enkele malen verschenen aan bezoekers van het terras van het plaatselijke café, in de tweede helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Mohamed schreef er als eerste over. Maar als er geen tegenspraak is, is dat ook zo saai, dus organiseerde hij onder pseudoniem zijn eigen kritiek. Is Zij daadwerkelijk gezien? Wie zal het zeggen. En maakt het iets uit? Ervaringen zijn subjectief, herinneringen zijn gekleurd. Volgens Mohamed was het in elk geval zo – meestal – en volgens de toenmalige Bisschop Jan Punt uiteindelijk waarschijnlijk toch niet. Er ligt wél een aandenken aan deze spirituele gebeurtenis, in ieder geval tot dit bij een volgende herprofilering wordt weggehaald door een jonge stratenmaker die niet weet wie Mohamed El-Fers was.

Mohamed slaagde erin de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Toen hij anderhalf jaar geleden overleed en duidelijk werd dat hij in Turkije wilde worden begraven, dacht ik dat hij ons in de maling nam. Dat iedereen wel zei dat zijn kist naar Konya zou worden overgevlogen, zodat hij volgens zijn laatste wens in de buurt van Rumi ter aarde kon worden besteld – die ligt er namelijk ook – maar dat dit niet werkelijk gebeurde. Een mystificatie. Dat hij na een tijdje ieder van ons schaterlachend zou opbellen om te zeggen dat het een geintje was.

Kennelijk is het geen geintje, want Mo is tot op heden nog niet teruggekeerd naar Amsterdam. En nu is de Staatskrant ook ter ziele, vanwege een of ander gemeentelijk besluit over subsidies aan lokale media en blabla. Alles verdwijnt en dat is op een bepaalde manier wel te begrijpen. Alles heeft een levensduur en op enig moment is het klaar. Het vertrek van het oude is ook een kans voor een nieuw initiatief, met hopelijk een digitale online-ige achterpagina voor een nieuwe Mohamed, iemand die wij nu nog niet kennen, maar die zijn of haar fantasie de vrije loop laat en die verhalen vertelt die wij ons nu nog niet kunnen voorstellen. Als de Maagd Maria kan verschijnen naast het terras van café Tramlijn Begeerte, kan namelijk alles.

SLOTAKKOORD

De Republikein is na twintig jaar ook op dit punt aangekomen. Tijd voor een slotakkoord, althans op papier. Maar in tegenstelling tot de Staatskrant is er al helder uitzicht op een voortleven in het online hiernamaals.

In deze online omgeving is meer mogelijk dan op papier. Doorlinken bijvoorbeeld, naar interessante artikelen elders, of naar muziek. Filmpjes, video’s. Terwijl ik dit zit te typen luister ik naar muziek, van Schubert. De muziek op Youtube waar ik in de online versie van dit artikel links naartoe zou leggen zou afkomstig zijn uit het materiaal van Mokum TV op Youtube, de televisie-erfenis van dezelfde Mohamed El-Fers, want hij had natuurlijk ook een televisieprogramma, op de lokale Amsterdamse zender. Daar liet hij Oum Khaltoum zingen, of Leo Fuld, de Jiddische volkszanger, die speciaal op verzoek van Mo ‘God zegen Nederland’ ten gehore brengt. Er is een filmpje van, waarin Leo op Koninginnedag koningin Beatrix toezingt, onze voormalige vorstin. Hiernaast viel er ergens nog wel iets te olieworstelen, in een herhaling, of kon iemand iets komen vertellen over de bekende Amsterdamse mystica Ida Peerdeman. Het gesproken woord werd verzorgd door menig huidig redacteur van De Republikein. Ik zelf zat in elk geval af en toe in de uitzending, in de rubriek: De Joodse feestdagen. Alles wat niet in de Staatskrant paste, kon namelijk nog wel een plek vinden in het uurtje op de lokale tv. En vice versa. Een multimedia imperium, inderdaad.

Of de online versie van De Republikein ook een eigen audiovisuele afdeling zal ontwikkelen, ligt nog even in de toekomst. Online kan alles, maar je moet er wel tijd voor hebben. En een bepaalde Ausdauer, om elke week weer te laten zien wat jou de moeite waard lijkt. En vooral, bovenal, hang dit in kruissteek boven je bed: je moet jezelf nooit te serieus nemen.

Naar 2026 kunnen we met z’n allen, als lezers en schrijvers, een zeker optimisme meenemen. Zo leuk als het ooit was, in het gezelschap van de vreugde brengende grappenmaker Mohamed El-Fers, wordt het niet meer, maar dat is niet erg. We redden ons wel. En de iconoclastische dichters, filmpjesmakers, mangatekenaars en wat jullie ook maar doen tegenwoordig, ja jij, meld je alsjeblieft bij De Republiek via redactie@derepublikein.nl

Dit artikel verscheen in de laatste papieren editie van De Republikein, december 2025. Deze dubbeldikke jubileumeditie is nog per nabestelling verkrijgbaar bij de Stichting De Republikein, info@derepublikein.nl