In zijn boek Forty letters to women in war besteedt kunstenaar Erik van Loon aandacht aan de Rotterdamse verzetsvrouwen Joukje Smits en de door haar eigen verzetsgroep vermoorde Kitty van der Have.
DOOR MANUEL KNEEPKENS
Erik van Loon is een initiatiefrijk kunstenaar. Ik som hier een aantal activiteiten van hem op – de lijst is niet uitputtend – de zwemtocht rond het Noordereiland (de Rotterdam Swim), het vieren van Aquarius UN Wereldwaterdag, het Lof der Zotheidsfestival, de Jeugdzomeruniversiteit, het Internationaal Jeugdfilmfestival en last but not least, de 14 Mei herdenking.
Dat laatste verbindt ons.
Als fractievoorzitter van de Stadspartij nam ik immers het initiatief tot aanleg van de Brandgrens. En de Brandgrens was aanleiding voor Erik van Loon om tot een 14 Mei Herdenking te komen in een bijzondere vorm.
Sinds 2015 organiseert Erik een herdenking, waarbij Rotterdammers op straathoeken van de Brandgrens een aan 14 Mei gerelateerd gedicht voordragen.
In 2025 gebeurde dat op 85 straathoeken. Het gedicht was toen het befaamde ‘Und was bekam des Soldaten Weib?’ van Bertold Brecht .
Een Duitse soldaat zendt een luxe-cadeautje aan zijn vrouw uit iedere stad die de Wehrmacht inneemt. Vanuit Praag een paar hoge hakken-schoenen, uit Warschau een fijn linnen hemd, uit Oslo een bontkraag, uit Rotterdam een mooie hoed, uit Brussel een glacé handschoenenpaar, uit Tripoli een halssnoer, maar uit Rusland ontvangt des Soldaten Weib ...een weduwenvoile! En zo eindigt dat Lied.
Ook andere gebombardeerde steden zijn van toen af aan in het Herdenken betrokken. Vorig jaar door middel van een driedaags Festival, geopend in Warschau ( 2 Mei), dan Dresden(13 Mei) en het Slotfestival (14 Mei ) in Rotterdam.
‘In het buitenland is de impact van het Bombardement veelal onbekend’, aldus van Loon: ‘Door de herdenking internationaal te maken, leggen we verbinding met steden, die eenzelfde geschiedenis van verwoesting hebben meegemaakt.’
Dit jaar (2026) staat het herdenken in het teken van het gedicht ‘Blitz’ van Marie Desiree Anderson en voert de Herdenkingsroute langs Londen (11 Mei), Hawkings en Dover (12 Mei), Duinkerken en Antwerpen (13 Mei) en eindigt traditiegetrouw op 14 Mei in Rotterdam .
Ter gelegenheid van deze derde internationale 14 Mei Herdenking lanceerde Erik van Loon op 7 maart. jl. in Boekhandel van Gennep zijn nieuwste boek Forty letters to women in war.
Het is een opmerkelijk boek.
In veertig, zorgvuldig opgestelde persoonlijke brieven voor even zoveel vrouwen transformeert Erik van Loon de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog tot intieme, grotendeels biografische brieven over vooral veerkracht en moed.
Bekende namen ontbreken niet. Zoals die van Josephine Baker, de ster van de in de Jaren Dertig befaamde Revue Nègre in Parijs, maar óók actief lid van het Franse Verzet, de Resistance.
Simone Veil, die Auschwitz wist te overleven en in 1979 de eerste vrouwelijke voorzitter van her Europese parlement werd,.
Sophie Scholl, leidster van de Duister studentenverzetsgroep Die Weisse Rose, in 1942 in München geëxecuteerd.
En de fameuze oorlogsfotografe Lee Miller.
Maar het boek is grotendeels gewijd aan de leven van minder of zelfs geheel onbekend gebleven vrouwen, actief tijdens de Tweede Wereldoorlog .
Ik noem er hier twee: Joukje Smits en Kitty van der Have. De twee Rotterdamse vrouwen in het boek.
De naam van Joukje Smits als verzetsstrijdster was Clara. Ze werd gearresteerd en afgevoerd naar Ravensbrück en vervolgens een subkamp van Dachau, die zij wist te overleven.

Erik van Loon kwam erachter dat zij onderwijzeres was geweest op een school in Rotterdam – West.
Van Loon bezocht de school met het voorstel dat men aldaar op enigerlei wijze een gedenkteken voor haar zou aanbrengen. Desnoods iets kleins als een zitbankje bv. Men wilde er niet aan.
Verzetsstrijdster Joukje Smit wordt niet herdacht in Rotterdam. .
Bepaald schrijnend is het niet-herdenken van Kitty van der Have
Kitty van der Have werd geliquideerd door haar verzetsgroep de L.K. P ( Landelijke Knokploeg, afd. Rotterdam) een maand (12 Juni 1945) nadat de oorlog beëindigd en de rechtsstaat in Nederland was hersteld, en haar fussilade was dus moord.
Men bracht haar om, niet omdat zij ook maar iets fout gedaan of een ‘verraadster’ was of iets dergelijks, maar omdat wat zij te veel wist.

Een aantal van haar collega-verzetstrijders was zich te buiten gegaan aan gewapende roofovervallen, die niets te maken hadden met verzet maar uitsluitend met financieel gewin. En men wist dat zij op het punt stond daarover te spreken.
Kitty van der Have werd gedood en gedumpt in twee jute zakken in de haven.
Haar lichaam werd gevonden en toen. … met militaire eer begraven!
Maar het Openbaar Ministerie kreeg van hogerhand de opdracht haar moordenaars niet te vervolgen: ‘het Verzet was Heilig’.
Niettemin raakte de zaak in 1950 opgerakeld. In 1951 kwamen vier L.K.P-ers, betrokken bij de euvele daad, alsnog voor de Krijgsraad (zij waren immers Binnenlandse Strijdkrachten). Ze kwamen er met voorwaardelijke straffen van af.
Het is mij bekend, dat straatnamencommissie van Rotterdam naarstig zoekt naar namen van vrouwen, die het waard zijn dat een straatnaam naar ze wordt vernoemd.
Wel, hier is een kandidate!

Erik van Loon, Forty letters to women in war, uitgave House of Craziness, Rotterdam. Prijs: 14,95 euro. Rechstreeks te bestellen via deze link
