Onlangs verscheen namens het ‘Ministerie voor Historische Herdruk’ de trilogie ‘Het Oranje Imperium’, dat beoogt te reconstrueren hoe de familie Van Oranje-Nassau is uitgegroeid tot een astronomisch vermogend vorstengeslacht. Na lezing dringt de vraag zich op of de Oranjes zelf wel weten hoe fabelachtig rijk ze zijn.

 

Illustratie: Joep Bertrams

TEKST RENÉ ZWAAP

In maart 2026 ontvingen de 150 volksvertegenwoordigers van de Tweede Kamer een brandbrief namens het recent opgerichte financieel-economische onderzoekcollectief Ministerie voor Historische Herdruk met de vraag of het hen wellicht is ontgaan dat de familie Van Oranje en/of daaraan verwante vermogensstructuren bij de gaswinning in het Groningse Slochteren – het grootste gasveld van Europa – op de loop zijn gegaan met een bedrag van rond de 1000 miljard euro.

Volgens de officiële cijfers verdiende de Nederlandse Staat  363,7 miljard euro aan het Groningse gas, en uitbaters Shell en Exxon via het consortium van de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) samen  64,7 miljard euro. Maar volgens de alternatieve rekensom in Het Oranje Imperium is dat niet meer dan een rookgordijn: niet de Staat, maar Shell en ExxonMobil streken ogenschijnlijk via de NAM het overgrote deel van de aardgasbaten op, die ook aanzienlijk hoger uitvielen dan officieel gemeld. Grof gezegd zou de recette met creatief boekhouden sterk zijn afgeroomd.

Uit een reconstructie op basis van officiële miljoenennota’s (1963–2020), gecorrigeerd naar prijspeil 2020, zou blijken dat de Staat in totaal ongeveer € 381,2 miljard ontving uit de gasbaten, minus 27,8 mld. aan exploitatiekosten. Maar via de NAM werd nog eens tenminste 1.075 miljard euro extra omgezet, waarvan volgens de aandelenverhouding de helft naar Koninklijke Olie/Shell moet zijn gevloeid. De redenering die in Het Oranje Imperium wordt gevolgd is dat historisch gezien 60 procent van Koninklijke Olie / Shell in handen was van Nederlandse private aandeelhouders van koninklijke statuur. De 40 procent Britse aandelen waren grotendeels beursgenoteerd. Dus het Nederlandse contingent domineerde met een private meerderheid. In die lijn is het onwaarschijnlijk dat dit controlerend aandeel ooit door Oranje is opgegeven; het kan via allerlei listige beheerconstructies – volstrekt gebruikelijk in de ‘haute finance’ – eenvoudig gecamoufleerd zijn.

Dat zou betekenen, aldus de onderbouwde berekeningen van het Ministerie voor Historische Herdruk, dat bij de exploitatie van het Groningse gas sinds 1959 een bedrag van rond de 300 miljard euro aan de strijkstok van Oranje is blijven hangen.

Duidelijk is dat sinds de ontdekking van het enorme gasveld bij Slochteren steeds grotere bedragen via de NAM richting anonieme aandeelhoudersstructuren stroomden. Ondertussen nam de Nederlandse Staat op naam van de belastingbetaler vrijwel alle risico’s voor haar rekening: van infrastructuur en distributie tot schadevergoedingen en saneringskosten vanwege de met de boringen gemoeide aardbevingen.

 MONDIAAL OLIECONCERN

De Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij werd in 1890 opgericht en fuseerde in 1907 met het Britse Shell: zo ontstond een mondiaal olieconcern dat opereerde via een netwerk van dochterbedrijven, concessies en internationale holdings. Volgens de reconstructie op basis van concessieposities groeide Koninklijke Olie/Shell voor de Tweede Wereldoorlog verdekt uit tot de grootste oliemaatschappij ter wereld, met meer dan 36 procent marktaandeel.

In Nederland kreeg Koninklijke Olie in 1933 een Nederlands monopolie op de exploratierechten van olie en gas. Na uitgebreide exploratie met onbekend resultaat werden deze rechten in 1947 onder Wilhelmina ingebracht in de nieuwe NAM voor de exploitatie-concessie van fossiele grondstoffen in Noordoost-Nederland. Volgens deze studie werd Wilhelmina daarmee zakelijk gezien de meest succesvolle Oranje aller tijden.

Al in het stadhouderlijke tijdperk waren de Oranjes grote spelers in de wereldeconomie. Stadshouder Willem III was medeoprichter en grootaandeelhouder van de Bank of England (1694) én van de nieuwe East India Company (1698). Deze aandelen bleven in familiebezit en werden later verder uitgebreid. De laatste erfstadhouder, Willem V Batavus, was grootaandeelhouder van de Amfioensociëteit, de East India Company én de VOC — waarvan hij formeel voorzitter was. Deze gemilitariseerde handelsmaatschappijen controleerden het grootste deel van koloniaal Azië – dan economisch gezien het rijkste continent ter wereld.

Conform het Verdrag van Londen (1814) vielen de kolonies onder de kroon van Oranje, en vanaf koning Willem I ging de kassa pas echt rinkelen in een nog beter georganiseerd exploitatie-imperium. Hij richtte in 1814 De Nederlandsche Bank NV (DNB) op, die voor 60 procent in het bezit van de Oranjes was. De bank bleef tot 1948 privaat, maar bleef na de nationalisatie van de aandelen via de raad ook onder controle van het Huis van Oranje-Nassau. Net als de Bank of England (BoE) en de latere Bank of International Settlements (1930) dienden dergelijke structuren om de munten stabiel te houden van het na 1800 snel toenemende internationale valutaverkeer voor het uitdijende zakenimperium van Oranje.

De directe exploitatie begon toen Willem I in 1822 als grootaandeelhouder met 43 procent aandelen de Generale Maatschappij NV oprichtte, die voor de Tweede Wereldoorlog 40 procent van de Belgische economie en 70 procent van die van grondstofrijk Congo controleerde — met name via de grootindustrie. Ook na de Belgische afscheiding bleef Oranje, binnen een netwerk van zestig anonieme adellijke familie, waarschijnlijk eigenaar en dus exploitant, zo wordt in Het Oranje Imperium gesteld.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij NV (1824) was bij oprichting door Willem I voor 80 procent in handen van Oranje om de Nederlandse domeinen te exploiteren. In de eerste decennia richtte de onderneming zich op de handel in rookopium en werd vanaf de jaren ’30 inkoopmonopolist op de Anatolische opiummarkt. Via het monopolie in Oranje’s Indië stegen de winsten in de jaren 1890 tot meer dan 500 miljoen gulden per jaar, en liepen na 1900 met uitschieters op tot boven de 4.000 miljoen.

BILLITON

Het Huis van Oranje controleerde ook sleutelondernemingen als de Billiton Maatschappij NV (1860), de eerste private mijnbouwonderneming van zijn Indische kolonie, die nu nog als BHS een van de grootste private mijnbouwondernemingen ter wereld is. Die was officieel gericht op de winning van tin, maar moet volgens de bevindingen in Het Oranje Imperium ook betrokken zijn geweest bij de verborgen industriële exploitatie van delfstoffen als goud, diamanten en platina. Billiton was voor tenminste 40 procent in handen van Prins Hendrik, alias ‘de Zeevaarder’ (1820-1879), een zoon van koning Willem II en de enige Oranje die Nederlands-Indië daadwerkelijk bezocht. Via diens ogenschijnlijke zetbaas baron Tuyll van Serooskerken zou dat belang zelfs het dubbele kunnen zijn geweest. Vanaf de jaren ‘20 van de twintigste eeuw werden met enorme baggerschepen hele kustlijnen afgegraven waarmee aan boord volautomatisch erts werd geëxtraheerd. De Indische kustlijnen lagen niet alleen vol met tin, maar ook met diamanten, goud en platina (vooral in Borneo).

Deli NV was voor de geïndustrialiseerde’ plantagebouw wat Billiton was voor de mijnbouw. Ook dat was de eerste van zijn soort, die na een opstartperiode alle overige bedrijven anoniem (via de anoniem verhandelbare aandelen in de NV’s) overnam.

Oranje had hier een vitaal belang van Oranje via de Nederlandsche Handel-Maatschappij, waarvan Oranje na de oprichting controlerend eigenaar bleef. Rond 1920 beheerde deze combinatie meer dan 90 procent van de bedrijven in het Indische Deli — het hart van de plantage-economie van Nederlands-Indië waarin decennia lang honderdduizenden contractarbeiders werkten. Volgens het onderzoek was ook hier sprake van een systematische camouflage van de werkelijke winsten.

 WEGGETOVERD

Al deze koloniale producten werden tegen minimale prijzen gewonnen (via slavernij-achtige contractarbeid) en vervolgens verkocht in het buitenland tegen maximale prijzen. Tot 1914 vooral via Amsterdam, daarna met name in de VS – dan de grootste economie ter wereld. Daardoor kregen de Oranje een enorm overschot aan buitenlandse valuta zoals dollars, die uitgeruild moesten worden. Bij deze zogeheten ‘clearing’ speelde de in 1930 opgerichte private wereldbank, de illustere Bank of International Settlements in het Zwitserse Bazel, een sleutelrol. Behalve de private Nederlandschse Bank, de Bank of England en de dominante Reichsbank waren ook grote Amerikaanse private banken als J.P. Morgan aandeelhouder, maar ook de Bank of Japan die gecontroleerd werd door de Japanse keizerlijke familie. De Oranjes participeerden anoniem in nog veel meer investerings- en exploitatiemaatschappijen: tot 1940 werd op deze manier tenminste 411 miljard gulden (prijspeil 1939) aan koloniale winsten tot uit de boeken weggetoverd zijn via o.m. Zwitserland en Liechtenstein.

Tijdens de twee wereldoorlogen werden deze winsten verder uitgebreid via directe en indirecte belangen in de oorlogsindustrie en herbelegd in leningen en aandelenpakketten — gericht op wederopbouw, binnenlandse grootindustrie en internationale staatsobligaties, waaronder ook kredieten aan de Verenigde Staten en Duitsland dat mede daardoor kon uitgroeien tot het Derde Rijk. Daarnaast werd het koninklijk huis in de loop van de twintigste eeuw meerdere malen voor aanzienlijke bedragen uitgekocht door de Nederlandse en Indonesische staat — zogeheten ‘vergoedingen’ voor kroonbezit of zakelijke eigendom. Die bedragen beliepen toen al honderden miljoenen gulden, en zijn door inflatie inmiddels opgelopen tot tientallen miljarden.

BELASTINGVRIJSTELLING

Deze vermogensstromen vonden plaats onder een grondwettelijk regime waarin het koningshuis sinds 1815 als staatshoofd en oppergezagvoerder over de kolonies belastingvrijstelling geniet binnen het gehele Koninkrijk. Omdat ook het huishoudelijke en representatieve apparaat volledig via de staatsbegroting door belastingbetalende burgers wordt gefinancierd, zijn de structurele kosten voor het supranationale Oranje-netwerk minimaal gebleven — terwijl het vermogen exponentieel kon doorgroeien. Voorwaarde was wel dat men het bezit zorgvuldig wist te camoufleren in de Koninklijke BV Nederland en ver daarbuiten.

Gezegd moet worden dat de hoeveelheid materiaal die in Het Oranje Imperium is verzameld van imposante omvang is. Via de AI-tool ChatGPT is dit onderzoek verder versterkt. De bevindingen worden nadrukkelijk gepresenteerd als een voorlopig concept, hetgeen blijkbaar betekent dat het onderzoek nog in volle gang is. Dat heeft als voordeel dat de storende detailfouten die hier en daar opduiken in de meer dan 1500 pagina’s van dit boekwerk nog gecorrigeerd kunnen worden, en de Tweede Kamer nog de tijd heeft om naar methoden om te zien om een groter deel van de opbrengsten van het Groningse gas op te eisen.

Daarnaast wordt het interessant te zien hoe het team rond koloniaal historicus Geert Oostindie dat momenteel in opdracht van koning Willem-Alexander werkt aan een ‘onafhankelijk onderzoek’ naar de rol van het Huis van Oranje-Nassau in het koloniale tijdperk, zal omspringen met het materiaal dat daarover in Het Oranje Imperium wordt aangedragen. Volgens een persbericht van het Ministerie voor Historische Herdruk liet Oostindie in een reactie weten dat hij ‘niet overtuigd was van de enorme macht en dito rijkdom die het Huis Oranje-Nassau, mede op basis van koloniale ondernemingen en bemoeienis, zou hebben’ en wees hij een nader gesprek over deze materie van de hand.

Na lezing van deze opmerkelijke studie dringt zich wel de vraag op of de Oranjes zelf wel beseffen hoe fabelachtig rijk ze zijn. Al in de jaren ’60 werd Juliana in de Amerikaanse pers beschreven als ‘de rijkste vrouw ter wereld’, maar bestond ze het om bij de aanschaf van tuingereedschap voor Soestdijk af te dingen op de prijs. En haar kleinzoon de koning kwam enige jaren geleden, toen heel Groningen op de kop stond van de aardbevingen, via de Rijksvoorlichtingsdienst met de boodschap dat hij persoonlijk helemaal geen belang had in de Koninklijke Shell. Kortom is er alle redenen om het materiaal dat in Het Oranje Imperium is aangedragen van een objectieve analyse te voorzien.

‘Het Oranje Imperium’ is gratis te downloaden via Het Oranje Imperium – Hoe Huis Oranje een financiële wereldmacht werd