Waar was Daphne? In de Evangelisch-Lutherse Kerk in Den Haag, natuurlijk. Voor de jaarlijkse herdenking van de geboorte van Nederland, de publicatie van Het Plakkaat van Verlatinghe op 26 juli 1581. En voor de uitreiking van de Dutch Independence Award 2026, op 3 juli 2026.

Ik kwam te laat, maar dat maakte niet uit, want James Kennedy was nog veel langer te laat. Kennedy was uitgenodigd voor de key note tijdens de jaarlijkse viering van de onafhankelijkheid van Nederland door de Stichting Nederlandse Onafhankelijkheid. En Kennedy kwam een half uur na aanvang binnen. Gelukkig had bestuursvoorzitter Geerten Waling van de Stichting net een boek gepubliceerd* over het hoofdonderwerp van de middag en dat kwam de organisatoren waarschijnlijk heel goed uit.

We kwamen bij elkaar in het galmende kerkgebouw van de Haagse Lutheranen om het over het 250-jarig jubileum van Thomas Jeffersons Onafhankelijkheidsverklaring – en de onafhankelijkheid – van de Verenigde Staten te hebben. Letterlijk aan de vooravond van de feestelijkheid. Waling vertelde dat er daags tevoren, op donderdag 2 juli, al een receptie was bezocht op de Amerikaanse Ambassade in Wassenaar. Alwaar de goede en langdurige relaties tussen de VS en Nederland waren gememoreerd. Relaties die misschien nog verder teruggaan dat gedacht, want had Jefferson zich bij het schrijven van zijn tekst niet indringend laten inspireren door ons Plakkaat van Verlatinghe? In deze tekst nemen de Nederlandse Staten in 1581 afscheid van Philips de Tweede, omdat hij zich houdt niet aan de ongeschreven afspraak tussen vorst en volk: de vorst dient rechtvaardig te zijn, beschermend en vol liefde, zoals een vader voor zijn kinderen of een herder voor zijn schapen. Het is onze Nederlandse oertekst en het document is zeker in de rest van de wereld niet onopgemerkt gebleven. Een vertaling is meegegaan tijdens de reis van de Mayflower – de founding fathers van de Amerikaanse republiek moeten er zeer waarschijnlijk door zijn geïnspireerd. Naast uiteraard door menige andere verhandeling over de staatkunde, uit de pen van Franse en Britse filosofen. Deze vaders des vaderlands bleken in hun strijd tegen de Britse koning George III op zoek naar een weg terug, naar vroegere, betere tijden. De Amerikaanse revolutie was een conservatieve, aldus Geerten Waling.

Walings woorden stemden uiteindelijk tot langer nadenken dan wat James Kennedy te zeggen had. Misschien waren m’n verwachtingen te hoog gespannen of wilde ik te graag horen hoe de Amerikaanse en Nederlandse voortreffelijkheid elkaar voortdurend weerspiegelden en versterkten. Die kant ging Kennedy niet op. Hij gaf een inleidend college over de Amerikaanse zelfperceptie van vrijheid en trok een lijn van Thomas Jefferson, via Abraham Lincolns Gettysburg Address naar de afscheidsspeech van Ronald Reagan. Amerika ís vrijheid, stelde Reagan in 1989: “America ís freedom — freedom of speech, freedom of religion, freedom of enterprise. And freedom is special and rare.” Hiernaast veroorloofde Kennedy zich enkele terzijdes en memoreerde hij bijvoorbeeld dat hij, weliswaar opgegroeid in Iowa, toch verwant is aan 14 Amerikaanse presidenten. Zonder verder uitleg, maar kennelijk is dit zijn shtick en weet iedereen hier al van.

De VS zijn altijd gedefinieerd door hun waarden, die ook naar buiten zijn uitgedragen. Vrijheid was/is een waarde, maar ook democratie en onafhankelijkheid voor zichzelf en anderen. Deze waarden staan onder druk, maar Kennedy vertelde ons dat we ons geen zorgen hoefden te maken, want de situatie verandert wel weer. “Amerika zal terugkeren naar haar idealen.” Maar momenteel doolt het land, en dat is ook te zien aan de vicepresident, die de Amerikaanse waarden als een vorm van wit, christelijk erfgoed definieert. Een samenvatting is te lezen op de site van Weekblad EW.

Ik kan het Kennedy niet kwalijk nemen. In zekere zin is iedereen Amerika-deskundige en is alles over de relatie van Nederland en de Nederlanders met de jubilerende Verenigde Staten de afgelopen weken en maanden natuurlijk al eens gezegd. Ik moest onwillekeurig denken aan wat ik deze weken op de sociale media lees en in filmpjes zie van voetbalsupporters die naar de Verenigde Staten zijn afgereisd. Als hen wordt gevraagd wat nu het meest opvalt komt toch wel naar voren dat Amerikanen zo ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam zijn. (Naast de grote porties als je iets te eten of te drinken bestelt.) James Kennedy veroorloofde zich een flatterende overeenkomst in een terzijde tussen de Nederlanders en de Amerikanen: beiden vallen in positieve zin op omdat ze zo veel vrijwilligerswerk doen. 

Na de pauze was het woord aan Uri Rosenthal, onze oud-minister van Buitenlandse Zaken. Rosenthal is lid van de Raad van Advies van de Stichting. Als zodanig mocht hij de jaarlijkse Onafhankelijkheidsprijs uitreiken, the Dutch Independence Award. Ironisch genoeg ging deze dit jaar naar de Groenlanders, die vriendelijk en beleefd, maar ook zeer stellig, hun onafhankelijkheid hebben verdedigd tegenover de Amerikanen. Groenland wil niet worden ingelijfd bij de Verenigde Staten. Een bevolking van 57.000 personen bezit de geestkracht om nee te zeggen.
De prijs werd in ontvangst genomen door Aaja Chemnitz, voormalig parlementslid in Kopenhagen namens Groenland en kandidate voor de Nobelprijs voor de Vrede. namens de Groenlanders Zij nam het beeldje van de Nederlandse Leeuw in ontvangst dat speciaal voor de gelegenheid was ontworpen door een kunstenaar van wie ik de naam niet heb genoteerd. In haar korte dankwoord vertelde ze dat heel Groenland dankbaar is dat de wereld heeft kunnen zien hoe een klein land ‘onze waardigheid, kalmte en vastberadenheid heeft gezien om zelf onze toekomst en lotsbestemming vorm te geven’. “De kracht van een land wordt niet gevonden in het aantal inwoners, de rijkdom of de militaire macht, maar in de moed van haar bevolking.”

Na afloop waren er blini’s met een mespuntje kaviaar, en in een vitrine stonden flesjes Luther bier, gebrouwen waarschijnlijk ter gelegenheid van het Luther-jaar twee jaar geleden. Ik complimenteerde de vrijwilligster van de kerk met de zeer lekkere zoute koekjes en maakte nog één rondje. Helaas geen bekenden, wel enkele mensen uit Haagse en journalistieke omgevingen van wie ik vond dat ik ze eigenlijk had moeten herkennen.
Volgend jaar beter.

* Amerika, dat zijn wij. De Nederlandse invloeden op de founding fathers van de Verenigde Staten.